J.A. (Arjan) Meerkerk

Kandidaat wethouder

Mijn naam is Arjan Meerkerk, ik ben 43 jaar. Getrouwd met Marlies en woonachtig in Boven-Hardinxveld. Helaas is de weg voor het krijgen van kinderen menselijkerwijs gesproken uitgesloten. Desondanks geven wij allebei veel om kinderen. Marlies staat als juf voor de klas en is daarnaast leidinggevende van de -12 club van onze kerk. Zelf ben ik actief als toezichthouder bij een scholengroep in Zeeland en daarbij is mijn drijfveer om bij te dragen aan goed christelijk/reformatorisch basisonderwijs. Wij genieten overigens ook intens van de vele lieve neefjes en nichtjes in onze familiesNa vier periodes raadslid te zijn geweest mocht ik in 2022 aantreden als wethouder namens de SGP. In die rol ben ik verantwoordelijk voor de portefeuilles: financiën, ruimtelijke ordening en wonen, openbare ruimte, en onderwijs. Bij de komende verkiezingen sta ik op nummer zes van de lijst en ben ik weer beschikbaar als kandidaat-wethouder voor een nieuwe periode.  

Hoe kijk je terug op jouw afgelopen periode als wethouder, zowel inhoudelijk als persoonlijk? 

De start van dit college en daarmee ook voor mij was niet eenvoudig. De dynamiek binnen en tussen college en organisatie was niet vruchtbaar. Dat is gelukkig helemaal ten goede gekeerd en we zijn erin geslaagd om de laatste twee jaar een stevige eindspurt te maken richting het einde van deze raadsperiode. We hebben bijvoorbeeld belangrijke stappen gezet voor investeringen in vastgoed (scholen, gemeentehuis, gezamenlijk zwembad en sporthal) en ruimtelijke ontwikkeling (centrumplannen, woningbouw en bedrijventerrein). Dat zijn majeure projecten, die vragen om stevig en collectief bestuur. Alleen met gedragen besluiten, elkaar wat gunnen en koersen op resultaat komen we verder. Alleen in een goede samenwerking is er ook ruimte om eigen principes en wensen vast te houden. Dat laatste is ook voor een wethouder van groot belang. Een sterk eigen profiel vasthouden en verder ontwikkelen. Zelf merk ik dat de portefeuille wonen in combinatie met ruimtelijke ordening me veel energie oplevert.   

Wat doet een wethouder zoal en wat geeft jou als wethouder de meeste voldoening? 

Het is voor mij de afwisseling tussen het contact met gewone inwoners en ondernemers en de soms ingewikkelde bestuurlijke vraagstukken die het ambt van een wethouder het zo boeiend maakt. Om er wat inzicht in te geven een kleine blik op de activiteiten uit de achterliggende week: diverse overleggen met ambtenaren op het gemeentehuis, mijn gebruikelijke praatjesronde’ door het gemeentehuis, gesprek met inwoner over tunneltracé voor toekomstige verbinding tussen het dorp en ’t Oog, Chinezen met de medewerkers van de buitendienst, afscheid van directeur Waardlanden, afscheid gedeputeerde Zevenbergen op het provinciehuis, voor de camera met speerpunt zes van de SGP, voorlezen voor peuters in de bibliotheek, leiden van een bijeenkomst over coalitievorming met een SGP-afdeling elders in het land, raadsvergadering met daarin de vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma en tot slot verzorgen van twee sessies tijdens de kandidatendag voor de gemeenteraadsverkiezingen in Kesteren. Een week vol mooie en fijne contacten en waarin er ook echt dingen tot stand zijn gebracht!  

Wat waren de grootste uitdagingen waar je als wethouder mee te maken kreeg, en hoe ben je daarmee omgegaan? 

Er zijn zowel grote inhoudelijke als relationele uitdagingen voor een wethouder. Met relationele uitdagingen bedoel ik het onderhouden van een goede relatie en verhouding met allerlei samenwerkingspartijen. Het thuisfront, de eigen fractie, de raad, het college, de ambtelijke organisatie, de pers, de regio en niet in het laatst de inwoners. Dat is best een kunst, want je hebt een goede relatie met iedereen nodig. Grote inhoudelijke uitdagingen zijn stikstof, netcongestie en schaarste aan mensen en middelen. Bij de reconstructie van Buitendams dook het stikstofvraagstuk ineens heel prominent op door nieuwe uitspraken van de rechter. Daar zijn we gelukkig goed uitgekomen, maar je wordt er wel door geconfronteerd met de complexiteit van wet- en regelgeving. Bij woningbouw en infrastructuur merken we dat nutsbedrijven door gebrek aan stroomcapaciteit op het net, tekort aan mensen en middelen niet altijd kunnen leveren wat nodig is. Lange wachtlijsten zijn het gevolg. Ik heb gemerkt dat jezelf te druk maken niet helpt, maar niks doen helpt ook niet, dus met de nodige tact en inlevingsvermogen kom je vaak weer een eind verder. En soms moet je de situatie ook gewoon maar accepteren zoals die is.  

Wat heb je in deze raadsperiode geleerd over jezelf als bestuurder en als mens? 

Volgens collega-wethouder Christa Hendriksen heb ik de kwaliteit van stoïcijns leiderschap. Ik ben over het algemeen redelijk onverstoorbaar en tamelijk koersvast. Je hebt mij niet zo snel op de kast en ik ben ook niet snel in paniek. Tegelijk heb ik gemerkt dat ik vanuit deze rust ook wel behoefte heb om iets neer te zetten en een beweging totstand te brengen die echt ergens toe leidt. Zo merk ik dat ik veel energie krijg van het samen met organisatie, college, gemeenteraad, inwoners, ondernemers en de regio optrekken om de gebiedsontwikkeling van ’t Oog verder te brengen. Dat is een opgave waar we nu heel hard aan trekken, de kaders neerzetten en daarna de komende decennia op voort kunnen bouwen. Het is prachtig om daar een centrale rol in te mogen vervullen. 

Welke thema’s of dossiers wil je in een nieuwe periode graag voortzetten of verder uitbouwen? 

Als het mag wil ik er graag twee noemen. Als eerste: het vlottrekken van de volgende fasen woningbouw in ’t Oog. We brengen daar in het eerste kwartaal van dit jaar voorbelasting aan op fase 1. Vanuit duurzaamheidsoogpunt, rentmeesterschap en de woningnood beschouwd is het zeer logisch dat we aansluitend in zuidelijke richting een tweede fase aansluitend gaan realiseren. We werken hard aan een goed plan, waarbij we samen met provincie en rijk optrekken om de benodigde financiering los te krijgen voor een goede (toekomstige) aanhechting op het dorp.  

Als tweede noem ik de nieuwbouw voor de Driemaster en Ichthus aan de Pietersweer. Dat is een belangrijk en project waarbij we een hoogwaardige onderwijscentrum, inclusief peuterspeelzalen, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang realiseren in een mooi en groen aangeklede omgeving.  Na jaren van heen en weer praten is er in 2025 een intentieovereenkomst met alle betrokken partijen getekend. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan de voorbereidingen voor het ontwerp van de brede school.  

Hoe wil je de samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties versterken in de komende jaren? 

In een samenleving waarin we steeds meer digitaal actief zijn is het van groot belang om elkaar te blijven ontmoeten. Ik geloof echt in de kracht van verbondenheid en kleinschaligheid. Onlangs was ik bij een conferentie waar voormalig NAVO-topman Jaap de Hoop Scheffer de vraag kreeg wat politieke partijen kunnen doen aan de internationale bedreiging van de wereldvrede. Zijn boodschap was verrassend: zorg dat mensen elkaar een beetje kennen. Zodat ze elkaar kunnen helpen als het een keer misgaat en de stroom langdurig uitvalt of er geen water is. En ik merk als bestuurder evenzeer bij besluitvorming, zoals over uitbreiding van ‘t Oog, dat het erg nodig is om de verhalen hierover in openheid met elkaar te delen. Over hoe we eerder de uitbreiding kregen van de Peulen, de Wielwijk en later de Westwijk. Wat we daarvan voor nu kunnen leren en hoe we daar invulling aan geven met elkaar. En waarom die nieuwe woningen, maatschappelijke en economische voorzieningen en scholen nodig zijn. Over dat soort dingen met elkaar het gesprek voeren, aan de keukentafel, op de markt of in het centrum. Dat doet er echt toe!  

Waar hoop je dat onze gemeente over vier jaar staat, en welke rol zie jij voor jezelf in het realiseren van die doelen? 

De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft in haar organisatieplan drie kerndoelen geformuleerd: goed bestuur, sterke organisatie en gezonde financiën. Dat zijn de komende vier jaar ook belangrijke pijlers om in de gaten te houden. Als het met een van deze drie onderuit gaat heeft dat overal gevolgen voor. En andersom is ook waar; als het lukt om deze drie pijlers sterk te maken dan kan er ook veel goeds tot stand komen, en dan heeft Hardinxveld-Giessendam een sterke toekomst. Ook dat is zeker mogelijk. Laat het ons gebed zijn dat het zo mag gebeuren; en dat we in ons dorp een stil en gerust leven mogen leiden (1 Timotheüs 2:2) 

Terug naar overzicht